Opinie & artikels

Je vindt hier opinies, persberichten, onze campagne-eisen en verkiezingsmemoranda.
Daarnaast kan je via de links ook op zoek naar interessante cijfers, opinies van andere organisaties …

‘Ieders stem telt’: G5000 van gezinnen in armoede.

Op 14 oktober 2012 vinden de verkiezingen voor gemeenten en provincies plaats. Voor de vele honderdduizenden gezinnen in Vlaanderen en Brussel die leven onder of flirten met de armoedegrens, staat er die dag veel op het spel. Want lokale besturen beschikken over heel wat hefbomen die reële verbeteringen kunnen tot stand brengen in het leven van deze bij uitstek kwetsbare gezinnen. Desondanks stellen we vast dat hun belangen maar zelden centraal staan wanneer politieke partijen naar de gunst van de kiezer dingen.

G5000

Daarom geven tal van middenveldorganisaties (met steun van de Koning Boudewijnstichting) samen vorm aan ‘Ieders stem telt’, een participatief project dat aan mensen die leven aan de onderkant van onze samenleving een megafoon biedt in aanloop naar de lokale verkiezingen van 2012. In alle luwte brachten we de afgelopen maanden zo’n 5000 onder hen samen om na te denken over maatregelen die lokale beleidsverantwoordelijken kunnen nemen in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting.

De resultaten van dat intensief proces – noem het een G5000 van de meest kwetsbaren uit onze samenleving – vertaalden we in een 25-tal lokale en regionale memorandums die de volgende twee weken via persacties bekendgemaakt worden aan het grote publiek. En uiteraard ook overgemaakt worden aan de lokale afdelingen van politieke partijen.

De verwachtingen ten aanzien van gemeenten en OCMW’s staan hooggespannen. Van lokale besturen durven we – als meest nabije bestuursniveau – vragen dat ze voor hun inwoners een ethische ondergrens garanderen: we vragen met andere woorden dat ze alles in het werk stellen om hun inwoners een leven in menselijke waardigheid te garanderen, zelfs indien ze hiertoe soms inspanningen moeten leveren die in wezen tot de verantwoordelijkheid van hogere overheden behoren. Lokale besturen als zorgende besturen dus, die zeker in crisistijden hun inwoners niet in de kou laten staan.

De twaalf werken

Om lokale besturen aan te moedigen het voortouw te nemen in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, schuiven we – de Griekse mythologische held Herakles indachtig – 12 werken naar voor gericht naar gemeenten en OCMW’s. Die 12 werken zijn alle even noodzakelijk als uitdagend.

Een paar voorbeelden. Van OCMW’s verwachten we dat zij via het systeem van aanvullende steun gezinnen – of ze nu (over)leven van een leefloon, een ontoereikende werkloosheidsuitkering, een onbeduidend pensioen of een te laag inkomen uit arbeid – over de wetenschappelijk onderbouwde armoedegrens tillen. Sociale rechten dienen automatisch toegekend te worden en maatschappelijk werkers van OCMW’s verdienen meer ruimte om armoede en onderbescherming proactief op te sporen. Lokale besturen moeten er borg voor staan dat burgers die door de mazen van het federale en/of Vlaamse sociale vangnet vallen, nooit worden afgesloten van water, gas en/of elektriciteit. Sociale huisvestingsmaatschappijen dienen te voorkomen dat duizenden kwetsbare gezinnen na jaren opnieuw achteraan op de wachtlijst voor een sociale woning belanden, enkel en alleen omdat ze zondigden tegen een te complexe administratieve procedure. Mensen met een (te) laag inkomen die via vormen van collectief of solidair wonen de hoge woonkosten trachten te drukken, verdienen van gemeenten alle steun in plaats van sancties. Te hoge schoolfacturen mogen geen bedoelde of onbedoelde barrières vormen voor ieders recht op vrije schoolkeuze. Kinderopvang dient ook voor lagere inkomensgroepen toegankelijk te zijn. Gemeenten dienen verder alles in het werk te stellen om ook de meest kwetsbare gezinnen toe te leiden naar het lokale aanbod inzake cultuur, jeugd en sport. Ze moeten inzetten op sociale activering van werkzoekenden waarbij ‘actief zijn’ weliswaar veel ruimer wordt ingevuld dan louter een job in het reguliere circuit. De verloedering van achtergestelde wijken moet worden tegengegaan, maar zonder dat dit leidt tot verdringing van de meest kwetsbare bewoners ervan. En van lokale besturen verwachten we dat zij de nu al minimale rechten van mensen zonder papieren maximaal waarborgen: gezinnen zonder wettig verblijf verglijden immers steeds meer tot een rechteloze en verpauperde onderklasse in onze samenleving die volledig aan haar lot wordt overgelaten.

Sterke, kritische en autonome middenveldorganisaties zijn voor lokale besturen de best denkbare bondgenoten om deze twaalf werken stapsgewijs te helpen realiseren. En uiteraard dienen ook het engagement en de ervaringsdeskundigheid van maatschappelijk kwetsbare groepen zelf voluit benut te worden: voor ons geldt participatie immers als een noodzakelijk cement van onze 21ste-eeuwse lokale democratie.


Meer info vindt u op www.iedersstemtelt.be.

Geert Marrin (beleidswoordvoerder sector Samenlevingsopbouw)
Anita Cautaers (directeur CAW Federatie)
Frederic Vanhauwaert (coördinator Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen)
Bert D’hondt (politiek medewerker Welzijnszorg)
Diederik Janssens (coördinator Welzijnsschakels)
Martine Van Geyt (stafmedewerker Steunpunt Algemeen Welzijnswerk/Vlaams straathoekwerk overleg)

10 % van de rijksten komt liever niet in beeld

Met toenemende verbijstering heb ik in De Standaard het interview met graaf Lippens in het DS Weekblad gelezen. Ik ben zelf geen armoezaaier of dopper, heb vanaf mijn twintig jaar onafgebroken voltijds gewerkt en heb op mijn 53ste mijn goedbetaalde baan achtergelaten voor een functie bij Welzijnszorg vzw, al 40 jaar in de bres voor mensen in armoede en armoedebestrijding.

Dat graaf Lippens veel betekent voor Knokke en misschien zelfs voor België wil ik niet ter discussie stellen. Respect voor zijn volhardendheid en inzet voor een mooie omgeving zijn terecht, zijn eigenzinnige manier om ecologie en toerisme te verbinden, kunnen doen nadenken. Zijn visie op de politieke onderhandelingen zullen vele gewonen mensen herkennen.

Maar de ongefundeerde en emotionele uitlatingen over werklozen en gepensioneerden, over armen en werkonwilligen zijn mij in het verkeerde keelgat geschoten. Ze kunnen alleen maar leiden tot zelfgenoegzaamheid van de haves en frustratie bij de have not’s.

Dat er in onze samenleving een probleem is met sommige waarden, met overproblematisering en met het afschuiven van zorg op de samenleving zal ik niet ontkennen. Alles wat niet meer past in een samenleving van steeds meer en nooit genoeg, alles wat niet mooi en succesvol of rijk is proberen we weg te stoppen in voorzieningen, bejaardentehuizen, palliatieve afdelingen, sociale wijken, achtergestelde buurten en zo meer. Maar of de welvaartsstaat haar einde nadert omdat kapot gewerkte mensen op hun zestigste willen stoppen? Of dat OCMW-steun zo een geweldig leven met zich mee brengt dat mensen niet anders meer willen? Dat 5 % van de mensen de meeste aandacht krijgt? Dat is voor mij toch wel zeer de vraag.

Legio zijn de cijfers en wetenschappelijke studies die aantonen dat zulke uitlatingen helemaal niet kloppen. Dat de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt is duidelijk een feit. Dat die kloof niet te wijten is aan die 5% is ook een open deur intrappen. Uiteraard krijgt deze 5% veel aandacht, omdat zij een gemakkelijk doelwit zijn voor diegenen die het failliet van de welvaartsstaat proberen te bewijzen. Maar is het diezelfde welvaartsstaat niet die met haar marktgerelateerde systemen uitsluiting en armoede creëert en achterpoortjes openzet voor diegenen die het zich kunnen veroorloven het systeem te doorgronden en uit te buiten?

Uiteraard komen degenen die onwerkelijke lonen, schandalige opstappremies en onmenselijke winsten opstrijken via allerhande “wettelijke” constructies niet graag onder de aandacht van de publieke opinie. Het zou de verontwaardiging over de groeiende ongelijkheid en het uitmelken van de systemen en de rijkdom van een land door diegenen die de weg kennen, tot gevaarlijke hoogten kunnen opzwepen. Het zou kunnen leiden tot een massabeweging die het niet meer neemt dat zij van elke besparing de dupe is. Het zou kunnen leiden tot een samenleving die opnieuw solidair wordt, maar die tegelijkertijd de verontwaardiging ontwikkelt om tot actie over te gaan.

Is het zo’n sociaal conflict dat we willen? Ik zou graag de Dhr. Lippens uitnodigen voor een eerlijk debat, voor een ontmoeting met mensen in armoede. Zij kiezen dikwijls niet de gemakkelijkste weg, neen, velen van hen schoppen ons een geweten. Ik hoop echt dat deze crisis ons bewuster maakt van ons economisch systeem. Overal zien we een polarisatie tussen rijk en arm in de debatten. Ik erken dat eenzelfde naïviteit als die van Dhr. Lippens ook de andere kant van het debat kenmerkt. Maar tussen die twee ligt stellig een systeem dat economische groei koppelt aan sociaal welzijn. Deze crisis is lang nog niet ten einde en ik hoop dat dit debat er ooit komt. Ik steek alvast mijn hand uit om aan die onderhandelingstafel te zitten.

Daniëlle Colsoul
Directeur Welzijnszorg

Opinie n.a.v. de regeringsonderhandelingen (Greta D'hondt).

Werk aan de winkel!

Na meer dan 500 dagen regeringsonderhandeling, moeten er de komende uren en dagen knopen doorgehakt en beslissingen genomen worden over de sociaal economische thema’s en de begroting.

In tijden van crisis durft men deze onderhandelingen bestempelen als cruciaal, historisch en bovendien hoogdringend. Hoewel grote woorden te mijden zijn, komen ze nu toch dicht bij de waarheid. Zéker voor de zwaksten in de samenleving zullen de keuzes die gemaakt worden bepalen of het ‘er op of er onder is’.

Besparen op armoedebestrijding kan niet

Wie bezig is met armoedebestrijding heeft de voorbije jaren gemerkt dat ondanks een Federaal en Vlaams armoedeplan, de concrete en structurele maatregelen en nog minder het geld volgden. Geld investeren in armoedebestrijding werd met de lippen beleden, maar stond nooit hoog op de politieke agenda. Niet toen het zeer goed ging en er cadeaus konden worden uitgedeeld, ook niet sinds het minder goed gaat en er keuzes moe(s)ten gemaakt worden.

Vandaag moet in de overheidsfinanciën de broeksriem aangehaald worden, en terecht. De voorstellen die doorsijpelen, standpunten van politieke partijen en drukkingsgroepen versterken onze vrees dat de armen en armoede nu wel op de agenda van de onderhandelaars komen, maar alleen om ook op hun kap verder te besparen of eerdere engagementen niet uit te voeren.

Het lijkt alsof men, één jaar na het Europees jaar ter bestrijding van de armoede, alle beloftes en engagementen inslikt en offert op het altaar van de politieke en budgettaire evenwichten.

1,6 miljoen landgenoten

Mogen we onze bekommernis, onze verwondering, onze verontwaardiging uidrukken, dat in de nota Di Rupo armoede als thema niet voorkwam, behalve dat ene zinnetje over het optrekken van de laagste uitkeringen.

Nochtans gaat het over het leven of overleven van 1,6 miljoen landgenoten die dagelijks met armoede geconfronteerd worden.

Veel meer ‘buzz’ was er over de degressiviteit of zelfs het in tijd beperken van uitkeringen: daarover maakt men lawaai. Dat klinkt namelijk goed in de oren van de ‘hardwerkende landgenoten’.

Activeringsbeleid mislukt?

Het beperken of het degressief maken van de werkloosheidsuitkeringen betekent echter niet meer of niet minder dan politiek verklaren dat het zo geroemde –en inderdaad noodzakelijke- activeringsbeleid niet lukt.

Want een goed toegepast activeringsbeleid bevat alle elementen om werklozen te begeleiden naar de arbeidsmarkt en te sanctioneren indien de arbeidsbereidheid onvoldoende is. Effectieve toeleiding naar werk en sanctionering bij manifeste onwil, dat is de enige verantwoorde en humane ‘beperking in de tijd’.

Onderliggende voorwaarden voor een waarachtig activeringsbeleid zijn: voldoende middelen voor een intensieve en geïndividualiseerde trajectbegeleiding en voldoende kwaliteitsvolle en aangepaste jobs zowel in de zuiver economische sector als in de sociale economie en de beschutte tewerkstelling en de bereidheid van alle tewerkstellingsactoren (private + overheid) om sluitende engagementen aan te gaan over de tewerkstelling van kansengroepen. Dat men zich trouwens geen budgettaire begoochelingen maakt over wat beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen zou ‘opbrengen’. Buitenlandse ervaringen leren dat er zich heel wat overloopeffecten voordoen naar andere stelsels van uitkeringen of vergoedingen.

Armoedegrens

Mogen we hopen dat het ene zinnetje rond armoede in de nota Di Rupo, namelijk het optrekken van de laagste uitkeringen niet sneuvelt in het zoeken naar de te besparen miljarden, of erger nog sneuvelt omwille van de politieke ‘dada’s’ van sommige onderhandelaars of de hete adem van sommige niet onderhandelaars in de nek van wie wel rond de tafel zit.

Het is niet fraai dat in het moederland van de Sociale Zekerheid sociale uitkeringen betaald worden die onder (soms ver onder) de armoedegrens liggen, dat met een ‘leefloon’ alleen kan overleefd worden.

Durven de onderhandelaars, durft wie beleidsverantwoordelijkheid heeft, durven de economische en sociale actoren in ons land, durven de megafonen van de zogenaamde ‘sociale hangmat’ met de hand op het hart of in eer en geweten verklaren dat je op een menswaardige manier kan participeren in en aan onze samenleving en kinderen een toekomstvooruitzicht geven met een inkomen dat beneden de armoedegrens ligt? “Shame on you” ‘actieve welvaartstaat’, ‘Vlaanderen in Actie,’ ‘warme en zorgzame samenleving.

Prioriteiten kiezen

En natuurlijk zijn er budgettaire beperkingen, waardoor keuzes zich opdringen. En inderdaad je kan een Euro maar één keer uitgeven. Maar je kan wel kiezen aan welke maatschappelijke doelstellingen, aan welke prioriteiten je die Euro zal uitgeven. Interessante lectuur in het zoekproces naar middelen en prioriteiten: “Inventaris 2009 van de vrijstellingen, aftrekken en verminderingen die de ontvangsten van de Staat beïnvloeden”.

De economie is en moet de fundering zijn voor een goed werkende samenleving. Het menselijk kapitaal – ook dat van de zwaksten in de samenleving - is het cement. Zonder cement kan je geen huis bouwen, hoe stevig de fundering ook mag zijn.

Dit is verdomme een oproep aan de onderhandelaars over de sociaal- economische thema’s in het regeerakkoord, over de begroting 2012 en de meerjarenbegroting en allen die gevraagd worden of zich geroepen voelen hen hierbij te adviseren, dit te doen met een koel hoofd, maar vooral met een zéér warm hart.

Greta D’hondt, Voorzitter Welzijnszorg VZW

 

Energiearmoede: laat onze gezinnen niet in de kou staan!

Welzijnszorg timmert al lang aan de weg tot een goede energievoorziening voor mensen in armoede. Energie is immers noodzakelijk om je te kunnen verwarmen in de winter, een warme douche te kunnen nemen of een warme maaltijd te bereiden.

Betaalbare elektriciteit, gas, stookolie en water zouden een recht moeten zijn voor elke inwoner in ons land. De campagne ‘Huishouden vraagt energie’ uit 2005 is nog steeds niet afgelopen. Gezinnen blijven worstelen met de energieproblematiek:

  • de prijzen van energie blijven stijgen. De vrijmaking heeft geen positief effect gehad op de prijzen, integendeel. De stijgende prijzen leiden voor steeds meer gezinnen tot betalingsproblemen.
  • Energie besparen is geen evidentie. Mensen in armoede proberen zuinig om te springen met hun energie. Hun verbruik is echter vaak hoger dan andere gezinnen. Investeren in energiebesparing is voor hen zeer moeilijk. Oude elektrische toestellen vervangen, een nieuwe energiezuinige verwarmingsketel plaatsen, dakisolatie, nieuwe ramen … allemaal investeringen die veel geld kosten. Bovendien leven mensen in armoede vaak in een huurwoning of appartement, dan ben je afhankelijk van de eigenaar of de sociale woningmaatschappij.
  • Budgetmeter aardgas blijft een probleem. Sinds vorig jaar is er naast de budgetmeter elektriciteit ook een budgetmeter voor aardgas. Er zijn echter grote verschillen tussen beiden. De elektriciteitsmeter is uitgerust met een noodkrediet (waarmee je eigenlijk in het rood kan gaan) en een minimumstroomvoorziening van 10 ampère. De budgetmeter aardgas kan dit niet. Een minimumgas blijkt technisch niet mogelijk.
    De oplossing die de Vlaamse regering invoerde is onvoldoende. Mensen die hun aardgasmeter niet meer kunnen opladen moeten een beroep doen op het OCMW. Deze kunnen (moeten niet!) gezinnen een noodkrediet toestaan. Indien je lokaal bestuur geen gebruik maakt van deze regeling, blijf je letterlijk in de kou staan. Daarenboven is ook de LAC (Lokale Adviescommissie) niet betrokken in deze procedure.
  • De aardgasbudgetmeter zorgt ook voor zelfafsluitingen. Gezinnen zonder budget laden hun meter niet meer op. Als de drempel naar de hulpverlening te groot is, zitten zij de facto zonder aardgas. Andere gezinnen budgetteren hun aardgas dan weer zo sterk dat de huistemperatuur ongezond laag is of de warme maaltijd geschrapt wordt. De consequenties voor de gezondheid laten zich raden.
  • Schuldafbouw in de budgetmeter: geef de mensen de keuze! Mensen met een budgetmeter hebben een verleden van betalingsmoeilijkheden. Een openstaande schuld bij de netbeheerder is geen uitzondering. Schulden moeten terugbetaald worden, maar de manier waarop kan beter. Nu wordt er automatisch aan schuldafbouw gedaan wanneer mensen hun budgetmeter opladen. Afhankelijk van het bedrag waarmee je oplaadt worden er automatisch een deel schulden afgelost. Als een gezin in deze koude wintermaanden een beetje extra gespaard heeft om hun budgetmeter op te laden, leidt dit niet tot warmere voeten. Schuldafbouw via de budgetmeter mag niet automatisch gebeuren. Gezinnen moeten kunnen kiezen om dit al dan niet te doen. De winterperiode vraagt extra energiekosten. Schuldafbouw kan dan beter gepland worden tijdens de warmere maanden.

Welzijnszorg blijft ijveren voor een effectief recht op energie voor alle gezinnen. Een te laag inkomen en dure prijzen liggen vaak aan de basis. Energiearmoede is een typisch armoedeprobleem waarbij alle levensdomeinen in elkaar haken. Energiearmoede heeft te maken met slechte huisvesting, werkt in op de gezondheid en zorgt voor een koude kerst.

De Vlaamse overheid wil een ‘warme samenleving’. Voor mensen in energiearmoede is deze letterlijk en figuurlijk zeer ver af!

Bert D’hondt, Welzijnszorg vzw

Eindelijk! Een topminister, zo kan je mevrouw Lieten toch omschrijven, pleit voor het
optrekken van de minimumuitkeringen. Ze krijgt de steun van de hele Vlaamse regering.
Dit maakt, zoals De Standaard stelt, dat dit meer is dan het spel tussen meerderheid en
oppositie waarbij de verschillende beleidsniveaus aangewend worden als favoriete
arena’s. Wel blijft het federaal niveau verantwoordelijk voor de financiering, of wil
Vlaanderen hier ook een bijdrage doen?

Dit weekend werd de noodzaak nog eens duidelijk. De ongelijkheid in ons land neemt
verder toe, zo vertelt ons de Gini-coëfficient. Ook zonder ‘Gini’ klonken de alarmbellen
luid. Armoedeorganisaties, academici en sociale partners zoals onderschreven al eerder
de eis om de uitkeringen allemaal tot boven de armoedegrens op te trekken, zoals
gevraagd in de Welzijnszorgcampagne ‘Werk armoede weg!’. Politici met een uitvoerend
mandaat bleven steken in verkiezingsbeloftes. Zelfs onze premier wist zeer goed wat er
diende te gebeuren:

“Armoede bevecht je door ons sociaal systeem te herwaarderen (…) door een
inhaalbeweging voor de oudste en de laagste pensioenen, door de kinderbijslagen voor
iedereen op niveau te zetten en welvaartsvast te maken, door chronisch zieken een
bestaanszeker inkomen te geven. Door het leefloon niet te laten zakken onder de
Europese armoedegrens: ook met een leefloon, moet men menswaardig kunnen leven. En
dat is geen onbetaalbare belofte.” (Yves Leterme, 04/07)


Ter info: ook toen zat het leefloon al ruim onder die grens, maar goed, de intentie om
deze schande op te heffen was er.

Toen werd het stil, oorverdovend stil… Men moest splitsen, banken redden en regeringen
vormen. Behartigenswaardige projecten, maar wat met de schande van de welvaartsstaat,
het ticket naar armoede dankzij vele uitkeringen? De sociale agenda werd fors
teruggeschroefd, enkele kleine maatregelen konden niet verhullen dat het socialer en
zekerder maken van de samenleving niet de topprioriteit was.
Maar zie, langzaam spreekt men weer over de fundamenten van het
socialezekerheidshuis. Dit weekend stelde Voka-voorzitter De Bruyckere dat
herverdeling noodzakelijk is om de armoede te bestrijden, ook voor grootverdieners.
Maandag was er Lieten. Ook Europa wil een (te klein) steentje bijdragen. Eerder
onderwierpen academische onderzoeksgroepen onze sociale zekerheid aan een grondige
bouwinspectie.


Elke steen zorgde voor een stofwolk(je), in 2007 nog weggewaaid door een
communautaire bries. In 2010 dient zich een nieuwe kans aan. De komende maanden
hebben we de keuze: het stof laten neerdalen en ons solidair huis verder bedekken onder
een grijze laag ‘eigen groot gelijk’, of opnieuw bouwen aan een stevige constructie om de
noodzakelijke antwoorden te vinden op de sociale vraagstukken van nu.
Als we (inkomens)armoede de komende jaren efficiënt willen aanpakken hebben we
nood aan een visie, een plan, een draagvlak en een strakke timing.
Het herverdelingsvraagstuk dient daarenboven rekening te houden met de veranderingen in de
maatschappij. We stellen vast dat de sociale risico’s van de 21ste eeuw anders zijn dan die
van het verleden. Eenoudergezinnen (32%), huurders (28%), ouderen (23%), jongeren
(16%), werklozen (30%), invaliden (24%), laag opgeleiden (23%) en niet EU-burgers
(49%) lopen een aanzienlijk hoger armoederisico. Hou rekening met deze verschillen.

Naast het optrekken van de minimumuitkeringen zijn er dus ook flankerende maatregelen
nodig op vlak van kinderopvang, kinderbijslag, zorgkosten, woningnood en zinvolle
arbeid op maat. Een kans voor het samenwerkingsfederalisme om zich te bewijzen.
Zo’n plan zal niet enkel van de politiek komen. De sociale partners moeten mee zorgen
voor een draagvlak en voor de heroriëntering van onze sociale zekerheid naar de nieuwe
noden. Solidariteit tussen werknemers en werkgevers, tussen generaties en tussen
werknemers of zelfstandigen onderling zijn onontbeerlijk. De bestaande instrumenten
volstaan niet. Een forse verhoging van de lasten op arbeid is niet opportuun. Je botst
trouwens op allerlei cheques, bedrijfswagens en andere voordelen die ontsnappen aan het
systeem. Een goede en correcte inning van de bijdragen, nieuwe inkomsten en
efficiëntere uitgaven moeten aangeboord worden.


Armoede uitbannen zal niet voor morgen zijn, het probleem is daarvoor te complex en de
middelen ontoereikend. Het plan en de timing, daar moet men morgen wél aan beginnen.
Het einde van de volgende federale legislatuur moet een absolute deadline zijn om onze
uitkeringen boven de armoedegrens te tillen.
Onze sociale bescherming versterken is handelen op lange termijn en is het sociale en
economische cement van ons welvaartsmodel. Armoede daarentegen is als betonrot, het
knaagt vanbinnen aan de mensen die in armoede leven en het vreet aan onze
maatschappij. Als je niet ingrijpt, stort je hele gebouw in.
We hopen dat onze politici en sociale partners, als goede bouwheren, nu ingrijpen en de
nodige duurzame renovaties uitvoeren voor het solidaire huis van de toekomst.

Bert D’hondt, medewerker politiek beleid Welzijnszorg
Welzijnszorg voerde in 2009 de campagne ‘Werk armoede weg’

Sociaaleconomische segregatie in het onderwijs,
zwart, wit of de kleur van armoede?

De Standaard publiceerde interessante onderzoeksresultaten: het verhaal
van witte versus zwarte scholen is genuanceerder dan we dachten. De kleur van
leerlingen, de afkomst of de nationaliteit spelen namelijk niet zo’n grote rol in de
prestaties op school. Leerlingen uit gegoede milieus presteren goed. Of ze nu in een
zogenaamde concentratieschool zitten doet er eigenlijk weinig toe en evenmin of dit
gegoede milieu van autochtone dan wel van allochtone herkomst is. Driewerf hoera! Of
toch niet?
Neen, wat blijkt immers, we hebben wel degelijk te maken met ‘gekleurde’ scholen en
met ‘gekleurde’ leerlingen. Het is echter de vale kleur van armoede en uitsluiting die
zorgt voor concentratiescholen.

Dit onderzoek bevestigt wat ook het internationale Pisa-onderzoek al jaren aantoont. Ons
onderwijs versterkt de sociale kloof in plaats van ze te verkleinen en dit start al met de
vrije schoolkeuze waarbij die vrijheid voor kansarmen vaker enkel op papier bestaat.
Het verhaal van gelijke onderwijskansen (GOK) is geen zwart-wit verhaal. Kleur speelt
wel degelijk een rol. De armoedecijfers voor etnisch-culturele minderheden zijn namelijk
dramatisch. Mensen afkomstig van buiten de EU leven in België in 50% van de gevallen
in armoede. Een concentratieschool heeft zelden of nooit enkel en alleen een concentratie
van allochtone leerlingen, maar vaak een nog grotere concentratie van leerlingen uit
sociaaleconomische achtergestelde milieus. Dit probleem kan je niet aanpakken in de
school alleen. Investeren in gelijke kansen op de arbeidsmarkt, in opleidingen, in
buurtnetwerken en in sociale cohesie is noodzakelijk. Niemand kan en mag zich
veroorloven om de dualiteit in onze samenleving nog sterker te laten worden, noch om
deze dualiteit samen te laten lopen met de etniciteit van de bevolking of de grenzen van
een bepaalde wijk. Door in te stappen in het concept ‘brede school’ kan het onderwijs
hiertoe wel een bijdrage leveren. De school wordt dan de draaischijf van een bruisende
buurt.

Het GOK-verhaal blijkt geen algehele mislukking. Het geeft kansen aan gemotiveerde
leerkrachten en directies om zich extra in te zetten zodat ze ook van hun gekleurde school
een topschool kunnen maken. Diversiteit kan dan ingezet worden als een troef voor de
leerlingen en de school. Ondersteuning hiertoe moet verder gezet worden en zelfs
uitgebreid. Tegelijk moeten de hardnekkige drempels uit ons schoolsysteem verder
aangepakt worden. De betaalbaarheid van het onderwijs, zeker in het secundair en hoger
onderwijs is nog steeds een probleem, net als de structuur van het secundair onderwijs.
Het is echter niet alleen een verhaal van structuren. Het is ook een verhaal van
schoolcultuur. Keer op keer sta je versteld als je luistert naar de verhalen van ouders in
armoede. De subtiele vormen van uitsluiting doen vaak meer pijn dan de schoolfactuur.
Hiervoor kunnen scholen wél nog een tandje bijsteken.

Waarom dient er bij een verjaardag een dure traktatie te volgen? Waarom telkens iets
meer en iets duurder? Een verjaardag van een kind wordt zo voor mensen in armoede een
financieel probleem, geen feest. Hetzelfde fenomeen zien we aan het einde van een
schooljaar: de leerkracht krijgt van bijna iedereen een cadeau… Om hier iets aan te doen
moet de school geen geld uitgeven. Duidelijke regels zijn genoeg! Er is niks mis met een
mooie tekening om de leerkracht te bedanken. Een creatieve afwisseling voor alweer een
nutteloos object “voor de beste juf/meester”. Verjaardagen kunnen in de klas maandelijks
gevierd worden met een lekkere cake. Oplossingen die zeer eenvoudig in het
schoolreglement ingeschreven kunnen worden. Er zijn voldoende goede voorbeelden om
te kopiëren. Goede wil en wat participatie van alle ouders zijn de enige voorwaarden. Een
oudercomité dat niet enkel bestaat uit middenklasse ouders helpt bovendien ook.

Dit weekend kwam ook het probleem van de energiearmoede en het afsluiten van aardgas
nogmaals in het nieuws. Ook hier zijn heel wat gezinnen met kinderen het slachtoffer. De
gevolgen van armoede dringen zo diep door in het dagelijkse leven van kinderen en hun
ouders. Vriendjes of vriendinnetjes komen namelijk niet graag een groepswerk maken of
een woensdagmiddag spelen in een huis waar het alle dagen dikke-truiendag is.
Tenslotte mogen we niet vergeten dat armoede en uitsluiting niet begint of stopt aan de
schoolpoort.

Bert D’hondt, medewerker politiek beleid bij Welzijnszorg.