76 372 handen roepen een halt toe aan kinderarmoede
De campagne ‘Armoede is geen kinderspel’ van Welzijnszorg samen met de Gezinsbond en Welzijnsschakels, werd afgesloten met de symbolische overhandiging van 76 372 handen tegen kinderarmoede aan de Vlaamse ministers Ingrid Lieten en Jo Vandeurzen werd vergezeld van een krachtige oproep van Welzijnszorgvoorzitter Greta D’hondt. Enthousiaste leerlingen en leerkrachten van het Maria-Boodschaplyceum in Brussel ontvingen de ministers en de organisaties en gaven ook zelf hun boodschap mee.
“De school is het begin van de samenleving, leerlingen moeten bewust gemaakt worden van de armoede rondom hen”
(leerling Maria-Boodschaplyceum, Brussel)
Met 4 politieke eisen roept Welzijnszorg, ondersteund door al deze handen, op om echt werk te maken van de strijd tegen kinderarmoede. Welzijnszorg vraagt:
- een leefbaar inkomen dat rekening houdt met de grootte van elk gezin
- een laagdrempelige ontmoetingsplaats en aanspreekpunt voor opvoedingsvragen in elke gemeente
- een lessenpakket over (kans) armoede in alle lerarenopleidingen
- een toegankelijk vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren in armoede
Wat is er gebeurd met onze eisen? Wat waren de reacties van de beleidsmakers?
a. Een leefbaar inkomen dat rekening houdt met de grootte van elk gezin
Na een lange tijd zonder federale regering, die de meeste bevoegdheden heeft op dit vlak, werd tijdens onze campagne een nieuw regeerakkoord gesloten. In de huidige budgettaire context zou het verhogen van de uitkeringen en vervangingsinkomens en het optrekken van de kinderbijslagen een stevige politieke keuze vereist hebben. Deze kwam er niet.
We moeten dus vaststellen dat de verwezenlijking van onze eis niet gerealiseerd is, integendeel. Hoewel we in vergelijking met andere EU-landen niet mogen stellen dat men een sociaal bloedbad zal aanrichten, kunnen niet om een aantal maatregelen heen:
- Inperken van de welvaartsenveloppe met 40%: Deze enveloppe dient om de uitkeringen en vervangingsinkomens welvaartsvast te houden (bovenop de indexering). Deze sterke vermindering zal de komende jaren zorgen voor een ontwaarding van sommige uitkeringen. Het leefloon wordt volgens het regeerakkoord wel welvaartsvast gehouden.
- Versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen: mensen komen sneller op de minimumbedragen terecht. Deze liggen onder de armoedegrens. Voor gezinnen is de situatie nog schrijnender. Door de snellere afbouw van de uitkering zullen meer mensen onder de armoedegrens vallen.
- Positief is dat de regering werk wil maken van een verbeterde werking van DAVO (dienst alimentatievorderingen). Wat dit in de praktijk zal betekenen valt nog af te wachten.
- De kinderbijslagen worden geregionaliseerd. Voordien zullen deze nog gelijkgeschakeld worden voor zelfstandigen. Het zal ook aan Welzijnszorg zijn om samen met partners er voor te zorgen dat de toekomstige Vlaamse kinderbijslag de juiste prioriteiten legt.
b. Een laagdrempelige ontmoetingsplaats en aanspreekpunt voor opvoedingsvragen in elke gemeente
Minister Vandeurzen erkent dat Welzijnszorg hier een terechte eis formuleert. De Vlaamse regering zal dan ook de komende maanden werk maken van nieuwe wetgeving rond preventieve gezinsondersteuning. De minister erkent het belang van ontmoetingsplaatsen en een plaats waar mensen terecht kunnen met opvoedingsvragen, zowel voor een baby als voor een puber. De komende maanden wil de minister met de nieuwe wetgeving een adequaat antwoord geven op de eis van Welzijnszorg.
In onze contacten met het kabinet konden we onze aandachtspunten meegeven, men beloofde om deze mee op te nemen in de regelgeving:
- belang van allianties met lokale armoedeorganisaties
- vrijwilligers inzetten in de ‘huizen van het kind’ extra inspanningen om doelgroepvrijwilligers te werven.
- ‘huizen van het kind’ hoeven geen gebouw te zijn. Outreachend werken, samenwerkingen en aanwezigheid in verenigingen, aan de schoolpoort, bij de kinderopvang moeten mogelijk zijn en gestimuleerd worden.
- Zowel belang van ontmoeting als van hulpverleners wordt erkend.
- Er komt een uitbreiding van de inloopteams.
- De aandacht voor jongeren wordt in de nieuwe regelgeving ingeschreven.
c. Een lessenpakket over (kans)armoede in alle lerarenopleidingen
Deze eis werd niet opgenomen door de minister van onderwijs. Hoewel Welzijnszorg heel wat positieve reacties kreeg uit de onderwijswereld. Het bepalen van de opleidingen is geen bevoegdheid van de minister, maar van de opleidingsverstrekkers.
Welzijnszorg drong aan dat de minister initiatieven zou nemen om dit samen met de opleidingsverstrekkers te bespreken en zo’n module vorm te geven. Hoewel de minister wel vaker uitspraken doet over de opleidingen (in het Engels, een extra jaar) deed hij dit in dit geval niet. De logica hiervan ontging ons. In bijlage vindt u een schriftelijke vraag en het antwoord van de minister hierop.
Welzijnszorg beraadt zich of we zelf voldoende draagkracht hebben om met deze eis naar de opleidingsverstrekkers te stappen.
d. Een toegankelijk vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren in armoede
Ook in hun vrije tijd ondervinden kinderen en jongeren, die in armoede leven, uitsluiting. Spelen en jong zijn staat onder druk in onze samenleving. Nochtans heeft niet elke kind plaats om te spelen in huis of in een eigen tuin. Daarnaast moet er ook in het georganiseerd vrijetijdsaanbod werk gemaakt worden van het verlagen van drempels. Zowel het jeugdwerk, sport- en cultuurverenigingen moeten meer inspanningen leveren. Daarnaast blijft de nood groot aan werkingen gericht op maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Deze werkingen geven hen vaak een plek waar ze zich thuis voelen, waar ze zich amuseren en ook terecht kunnen met hun onzekerheid en vragen.
Minister Lieten kondigde aan dat er extra geld zal worden vrijgemaakt voor de jeugdbewegingen die dit jaar samen aandacht besteden aan de armoedeproblematiek met het jaarthema ‘Armoede is een onrecht, maak er spel van!’. De minister wil ook de komende jaren de jeugdbewegingen ondersteunen om drempelverlagend te werken.
Daarnaast beloofde minister Lieten ook de proeftuinen in verenigingen waar armen het woord nemen (jongerenwerkingen zoals in ’t Hope) structureel te verankeren. Dit is nodig aangezien dit project in principe in 2011 afliep. Voor 2012 is er een eenmalige verlenging bekomen, de komende maanden moet dit een vast kader krijgen. Welzijnszorg drong aan tot overleg omdat hier de signalen uit de kabinetten verschilden.
De interne staatshervorming zal ook voor het jeugdwerk een verandering inhouden. Het vroegere jeugdbeleidsplan wordt mee opgeslorpt in een algemeen gemeentelijk beleidsplan. Dit heeft ook zijn risico’s. Om te vermijden dat de middelen specifiek bedoeld voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren zouden verdwijnen, blijft de 80/20 regeling behouden. Hierdoor worden 20% van de middelen die de gemeente ontvangt voorbehouden voor deze doelgroep.
Eisen uit vroegere campagnes
- Een automatische derdebetalersregeling voor mensen met het recht op verhoogde tegemoetkoming in de eerstelijnszorg. Deze eis komt in de praktijk voor de huisartsen. Op vertoon van de ziekenfondsklever moet de huisarts de derdebetalersregeling toepassen voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming. Dit geldt enkel bij geconventioneerde huisartsen (meerderheid). Ook de automatisatie is nog geen feit. Hier blijven we verder voor ijveren.
- Automatische toekenning van het Omnio-statuut. Er zou volgens het regeerakkoord snel een eenvoudiger toekenning komen. Wat betreft het automatisch toekennen zijn er tegenstrijdige signalen van het beleid. Tijdens een gesprek beloofde staatssecretaris De Block om hier werk van te maken. In het regeerakkoord staat dit expliciet NIET vermeld; We volgend dit dossier verder op.
- Werk-Welzijnstrajecten voor mensen in armoede: Deze trajecten zijn volop bezig. Hoewel omwille van de beperkte budgetten ook hier keuzes gemaakt dienden te worden (duurtijd traject, tenderen …) lijken de eerste resultaten positief. Deze trajecten worden uitgebreid met middelen van het budget van de jobkorting. De sociale partners adviseerden de regering om deze middelen hieraan te besteden. Een goede zaak. Via het stakeholdersforum van VDAB volgen we dit van nabij op.
Werken met partners
Welzijnszorg kiest structureel om samen te werken met partners. Dit loont. Onze partners worden gevraagd om onze eisen mee te nemen in hun werking en in de overlegorganen waar ze in zitten. Onder meer voor de werk-welzijnstrajecten loont dit. Hetzelfde geldt voor het derdebetalerssysteem.
Welzijnszorg vraagt ook aan zijn partners om zelf werk te maken van meer kansen voor mensen in armoede. Vormingen zoals deze van ‘Armoede In-zicht’, zoals bij de gezinsbond of OKRA zijn hier voorbeelden van. Maar er is meer.
Het Vlaamse ACV bereidt zich voor op een toekomstcongres. Armoede is hier een van de hoofdthema’s. Het ACV vroeg Welzijnzorg om een discussietekst te schrijven en nodigde ons ook uit op hun regionaal comité. Men denkt na over vormingen voor personeel en vrijwilligers, basisdienstverlening voor mensen in armoede die geen lid zijn, beter opkomen voor de belangen van mensen in armoede …
Ook Unizo kwam recent met een studie en een praktische gids voor ondernemers i.v.m. armoede. Hoe kan je mensen in armoede een plaats geven in je bedrijf en zorgen voor de nodige steun? Deze praktische gids is verkrijgbaar bij jobkanaal.
Tenslotte zal het OVSG de komende jaren extra aandacht geven aan de armoedeproblematiek in de scholen. Net zoals het VSKO zijn zij ook steunpartner in onze campagnes.